Amblyopie (lui oog)

Doordat het oog zich in de vroege kinderjaren niet normaal heeft kunnen ontwikkelen, ontstaat een slecht gezichtsvermogen in een oog.

Wanneer één oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het ‘luie oog’ genoemd. De afwijking komt bij vier op de honderd volwassenen voor. In de meeste gevallen is één van de twee ogen lui.

Oorzaak

Amblyopie (‘lui oog’) kan worden veroorzaakt door elke situatie die een normaal gebruik van de ogen nadelig beïnvloedt. In het algemeen zijn er drie hoofdoorzaken voor het ontstaan van amblyopie:

  • scheelzien, waarbij de ogen niet op hetzelfde punt staan gericht
  • een ongelijk brekend vermogen in beide ogen (verschil in brilsterkte)
  • de normaal heldere delen van het oog zijn vertroebeld.

Amblyopie treedt meestal op in combinatie met scheelzien. Het beeld van het afwijkende oog wordt in de hersenen uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen, en op den duur verleert het oog het kijken en wordt daarbij lui of amblyoop. Het kind kijkt steeds met het goede oog.

Amblyopie kan ook optreden wanneer het beeld dat in één oog wordt gevormd onscherp is, tengevolge van een sterkteafwijking van het oog. Dit onscherpe beeld krijgt in de hersenen minder aandacht en wordt min of meer verdrongen. Op den duur kan hierdoor ook een ‘lui oog’ ontstaan. Soms is er aan een dergelijk oog uitwendig niets te zien en dit is dan ook de moeilijkste vorm van amblyopie om op te sporen. Deze vorm van ‘lui oog’ komt alleen maar tot uiting bij een zorgvuldige gezichtsscherpte bepaling.

Een oogziekte waarbij troebeling van media optreedt, zoals bij cataract (staar), kan ook leiden tot amblyopie. In dit geval wordt er door de troebeling geen scherp beeld gevormd, waardoor ook een ‘lui oog’ kan ontstaan.

Bij het ontstaan van een ‘lui oog’ speelt ook een zekere erfelijke aanleg een rol. Kinderen uit families waarin veel scheelzien, ‘luie ogen’ of oogsterkte-afwijkingen voorkomen, zouden al op jonge leeftijd op het bestaan van een aanleg in deze richting moeten worden onderzocht.

De behandeling

Het is heel belangrijk dat men zich realiseert dat de behandeling van amblyopie eigenlijk pas kan beginnen als de oorzaken die aan het ontstaan van amblyopie ten grondslag liggen uit de weg zijn geruimd. Dus eerst moet een bril worden gegeven om sterkteafwijking te corrigeren of cataract moet worden verwijderd zodat een oog met een goed brilglascorrectie kan gaan leren kijken.

Om een ‘lui oog’ te oefenen moet een kind worden gedwongen dit ‘luie oog’ te gebruiken. In het algemeen wordt dit bereikt door het goede oog af te dekken (te occluderen) gedurende een aantal uren per dag en gedurende een bepaalde periode die weken tot maanden kan bedragen. In het algemeen geldt dat naarmate het kind ouder is en de gezichtsscherpte lager, de occlusie gedurende een langere tijd noodzakelijk is om een goed effect te bereiken.

Bij jongere kinderen kan hetzelfde effect vaak door korter durende occlusie worden teweeggebracht. Dit is het voornaamste argument om al bij jonge leeftijd een ‘lui oog’ te behandelen.

In bepaalde gevallen lukt het niet een lui oog met een pleister op het goede oog te behandelen; in zo’n geval worden er soms pupilverwijdende druppels in het goede oog gegeven, zodat dit oog in ieder geval niet voor kijken dichtbij kan worden gebruikt. Het kind wordt op deze wijze gedwongen zijn luie oog in ieder geval voor dichtbij te gebruiken. Om dezelfde reden worden soms speciale brillenglazen voorgeschreven. Men zou kunnen denken, dat een scheelzien operatie een lui oog kan verhelpen. Dit is echter niet het geval; een scheelzien operatie kan echter wel helpen het opgetreden herstel van een lui oog te handhaven.

Voor een succesvolle amblyopiebehandeling zijn de ouders het allerbelangrijkst. Zij moeten ervoor zorgen dat een kind de pleister (ver)draagt en dat de occlusie ook lang genoeg wordt volgehouden. Volhouden is belangrijk omdat de behandeling van een lui oog slechts succesvol is tot aan een bepaalde leeftijd. Als eenmaal een lui oog ontstaan is, en de kinderjaren verstreken zijn waarin dit verholpen zou kunnen worden, dan zijn er op latere leeftijd geen behandelingsmogelijkheden meer. Zelfs een sterker brilglas, een staaroperatie of laser‐refractiechirurgie verhogen het gezichtsvermogen dan niet. De oogarts en de orthoptist zullen daarom in de ‘kostbare’ kinderjaren waarin de amblyopiebehandeling kan plaatsvinden, de ouders zo goed mogelijk ter zijde staan.

 

 

Aanvullende informatie

Heeft u nog vragen? Dan kunt u contact opnemen met OMC Amstelland.

 

Bron:  folder Amblyopie van het NOG.  Zie www.oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst.